









Helderseweg 85b
Alkmaar
tel 072 - 564 8 563
|
|
< terug naar overzicht
Bananenbomen > Musa basjoo

|
Bananenbomen worden net als palmen al snel met tropische oorden in verband gebracht.
Toch kan de Japanse Vezelbanaan (Musa basjoo) mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan,
goed in Nederland kan gedijen.
De Musa basjoo is een niet eetbare sierbanaan die na zo’n 30 à 35 bladeren
trossen kleine bananen zal geven. Als u er rekening mee houdt dat er ieder jaar ongeveer 10-12 bladeren groeien, dan duurt dit proces dus 3 tot 3,5 jaar. Maar dat is ook het wachten waard.
|
Bananenbomen > Musa sikkimensis

|
De tweede banaan in ons assortiment is de Musa sikkimensis ook wel de Himalaya banaan genoemd. Zoals de naam al zegt is deze half harde soort afkomstig uit het hooggebergte van de Himalaya. Deze soort heeft een oudgroen bovenblad en een wijnrood onderblad. Doordat hij een steviger blad heeft dan zijn Japanse soortgenoot, is hij redelijk bestand tegen de wind. Hij wordt in totaal zo’n 4 meter hoog en voelt zich het best in goed drainerende grond.
De Musa sikkimensis is eveneens een sierbanaan en dus niet eetbaar. Ook hier komen er, na zo’n 30 à 35 bladeren, trosjes kleine bananen. Als u er rekening mee houdt dat er ieder jaar ongeveer 10-12 bladeren groeien, dan duurt dit proces dus 3 tot 3,5 jaar. Maar uw geduld zal worden beloond.
|
Planten:
U kunt de wortelstok (Rhizoom) het beste op een diepte van 30 tot 50 cm planten en dan het liefst
op een beschutte plaats. Veel wind kan bladbeschadiging geven. Zorgt u er evenals bij palmen wel
voor dat deze wortelstok vrij blijft van het grondwater. Dit om schimmelvorming in de winterperiode
te voorkomen. In het midden en oosten van het land kunt u de bananenplant vanaf half mei planten en
in het westen van het land vanaf begin mei. In ieder geval buiten de nachtvorstperiode!
Winterververzorging:
Voor de overwintering kunt u kiezen uit twee methoden.
De eerste methode komt hierop neer dat u de
diverse stengels hoog bij elkaar bindt. Onderin vult u het brede gedeelte op met stro en eventueel met
een verlicht snoer. Aan de buitenkant dekt u het geheel af met stromatten. Als het erg koud is steekt u
het verlichte snoer in het stopcontact waarmee de ergste kou buiten blijft. Bij deze methode zijn de
stengels aan het begin van het nieuwe seizoen duidelijk hoger dan bij methode twee. Aan het eind van het
seizoen is dit zo goed als weer gelijk. Het vergt echter wel wat inpakwerk.
Methode twee komt er op neer
dat u de stengels op ± 20 cm. boven de grond schuin afknipt/afsnijdt. Bedek de stengelrestanten met een
dikke laag los stro en maak een schuin dakje van bijvoorbeeld noppenfolie boven het stro en maak dit vast
aan de grond. Haal bij beide methoden de bescherming er pas af als er geen nachtvorst meer te verwachten
is. In het midden en oosten in half mei en in het westen van het land in begin mei.
Bemesten:
De bananenbomen hebben veel water en voeding nodig. Geeft u de planten gedurende het
zomerseizoen elke 3 à 4 weken mest NPK 10,4,8 + 4Mg. In tegenstelling tot de palmen kunt u een bananenplant
bijna niet overbemesten!!
|
|